Musings of a Dutch dreamer

A travelogue of the Dutch guy who left his home to see something of the world.

Wednesday, March 01, 2006

Taipei 101: een bliksembezoek

di 7/02/06

Vandaag in alle vroege vroegte aangekomen in Taiwan, na een, op z'n zachts gezegd, niet zo'n comfortabele reis. Vier 'powernaps' van een uur achter elkaar hebben me in ieder geval wel op de been gehouden. In een dazige stemming kwam ik aan op het vliegveld, en op aanraden van Thimo (lees: met wat hulp) heb ik me ingeschreven voor een korte tour langs de belangrijkste bezienswaardigheden van Taipei. Naderhand kwam ik, toen ik buiten een luchtje ging scheppen, twee jongens tegen, beide westerling, waarmee ik in gesprek raakte. Grappig dat dat op zo'n vervreemdende plaats direct een band schept, en in het gesprek dat volgde bleken zij ook de tour te gaan maken. Een mooie gelegenheid om wat meer over ze te weten te komen. De eerste van de twee, een kleine blonde Australier wier naam ik vergeten ben te vragen (...) deed ons uit de doeken wat de beste plaatsen waren om te chillen, goedkoop eten en drinken en mee kunnen feesten met de meest losgeslagen meute van Oz: de notoire backpackers (met Byron Bay als hoogtepunt). De andere jongen, het prototype gezellige Belg was een uitstekende gesprekspartner om de uurtjes mee te doden. Hij had zijn reissporen wel verdient (o.a. India, Mexico, de VS, Zuid Afrika) en had het plan opgevat om op de bonnefooi Australie in te trekken en te gaan werken tussen de andere avonturiers.

Maar allereerst stond een trip naar een van de snelstgroeiende steden op 't program. Na een hobbelige rit van zo'n 40 minuten met onze Chinese reisleider (and proud of it!) die ons in gebrekkig Engels een introductie gaf van dit o zo prachtige land, langs ontelbare beboste heuvels, grote bouwterreinen en rijstvelden kwamen we aan in Taipei. Voor iemand die nog nooit in een aziatische stad is geweest is het schouwspel dat zich voor je ogen, oren en neus afspeelt moeilijk te bevatten, en al helemaal onmogelijk te beschrijven. Het ziet er nog het meest uit als een gigantisch levend organisme, een lappendeken van gebouwen naast, door, over en onder elkaar. Daardoorheen zoeven de mensen met elke mogelijke vorm van transport. Het zou me niets verbazen als ze oude gebouwen enigszins platleggen en er dan meteen op door bouwen (liefst nog zonder te slopen). Kleine hutjes staan naast gigantische wolkenkrabbers, als een belachelijk overdreven versie van David en Goliath. Supermoderne architectuur wordt afgewisseld met ouwe kroam en prachtige, oude tempels. Wij zijn een tempel binnen geweest: de kracht van deze voor Boeddhisten en Taoisten bijzonder heilige plaats maakte direct grote indruk op me. Het fascinerende kleuren- en vormenspel werd ruimschoots overtroffen door de mensen en hun bezinning, het gezang, de rituelen en het saamhorigheidsgevoel. Serieus, maar met een fonkel van vreugde in hun ogen wendden ze zich tot Buddha met hun prangende vragen en verlangens.

En Buddha antwoordde. Met twee maanvormige houtjes die als twee lippen zijn mond vormden. Gefascineerd keek ik naar het laten vallen van deze roodgekleurde houtjes voor ieder persoon. Deze blik was genoeg om de aandacht te trekken van een vriendelijke monnik die mij uitlegde op welke manier je je vraag kunt stellen en het antwoord kunt aflezen uit de orientatie van deze houten lippen. Aangezien ik zelf ook een aantal prangende vragen had heb ook ik mij tot Buddha gewend op deze manier, en een positief antwoord heb ik ontvangen. Wat deze vragen waren blijft natuurlijk onbekend :)

Echt tijd voor een fatsoenlijk rustmoment hadden we helaas niet. Onze tocht, die van het nodige grappige commentaar werd voorzien door de droogste Chinees die ik in tijden heb ontmoet; onze reisleider, bracht ons verder nog langs de Taipei 101, met 508 meter het hoogste gebouw ter wereld. Gebouwd als een gigantische bamboestengel met acht segmenten (voor Chinezen het heilige getal), helemaal van glas en versierd met symbolen op elke verdieping was het een vreemde samensmelting van hypermoderne technologie en eeuwenoude Chinese gebruiken. Heel bijzonder!

Verder hebben we nog een bezoek gebracht aan de 1911 War Memorial, waar de wachten de eer betoonden aan de gesneuvelden op een bijna absurd gecontroleerde en gechoreografeerde manier, en allen apetrots om uitverkoren te zijn om dit werk te mogen doen. Natuurlijk heb ik de kans niet voorbij laten gaan om in Wouter's voetsporen een foto van mezelf te nemen in een van de perfect spiegelende deurknoppen.

Als laatste was er de bezichtiging van het Chiang Kai-Shek Memorial Hall, dat gebouwd is om elk Chinees communistenhartje sneller te laten kloppen. Vol met de prototype communistenportretten, medailles en een x-aantal standbeelden van de overleden president --> held --> god: niet echt mijn ding. Onze reisleider was er echter helemaal vol van. Nee, geef mij maar de tuin eromheen. Ik was totaal overweldigd door al deze nieuwe, bijzondere geuren. Onbekende moleculen die mijn neus deden tintelen. Het waren variaties die onmogelijk in woorden te vatten zijn.

Om mij helemaal aan de sfeer over te geven heb ik een stukje van de cobblestone health walk gelopen. Stel je voor: ik die op blote voeten op een pad van rechtopstaande keien loop. In rustige pas ervaar je een bijzonder intense stimulatie van zowat elk deel van je voet. Ga je te snel, dan is het onvermijdelijk pijl lijden!

Wat een ervaringen, erg veel voor een dag!

Een reis naar het onbekende

ma 6/02/2006

Het duurt altijd even voordat je in een reis 'zit'. Je hebt een tijdje nodig voordat je doorhebt dat je aan een avontuur gaat beginnen. En gek genoeg komt dat besef nu pas langzaam bovendrijven. Hoe groter de reis, hoe beter de voorbereiding, althans dat is meestal het geval. Hoe vreemd is het dat die voorbereidingen je verder van het reisgevoel afbrengen. Een lijstje maken en afwerken is gemakkelijk, maar het zegt me niets over verrassingen, vergissingen en verwonderingen, de basiscomponenten voor elke succesvolle reis. Pas toen ik vanmiddag uit mijn vliegtuigraampje keek en de bomen, huizen en wegen tot een abstract schilderij zag worden realiseerde ik me dat ik me vrijwillig had laten opsluiten in een grote metalen doos met onbekende bestemming. Waarom? Ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Mijn nek is even hard als mijn kuiten, mijn benen zo stijf als Jona koppig kan zijn. Het zal wel zijn omdat ik zo'n rusteloze idioot ben. Dan maar weer even een meditatiemoment inlassen. Een goede manier om tot rust te komen, maar je voelt op die manier wel echt dat je in een vliegtuig zit. Een blik naar buiten levert mij de prachtigste uitzichten op. En die bergen op de achtergrond zijn zeker de Alpen, mompel ik. Dat zou je willen! "Die liggen dus aan de andere kant van het vliegtuig" hoor ik iemand achter mij zeggen. Het blijkt een Duitser te zijn, genaamd Thimo, wiens geografische kennis net iets minder slecht blijkt te zijn dan de mijne (hij kent wel het verschil tussen links en rechts). We verwonderen ons over het feit dat het licht nog werkt in Afghanistan en waarom de paardenrenbaan van Hong Kong zo fel verlicht is om half 6 's ochtends.


Wat prachtig dat de nacht mij voor de laatste keer een bekend en geruststellend beeld voorschotelt: de grote beer pronkt boven de silhouetten van de Himalaya. Wat zal ik dat beeld missen! Met mijn gezicht naar het noorden en mijn gedachten bij thuis. Ik denk dat ik maar op zoek moet gaan naar een nieuwe Grote Beer.

Na het lezen van al die prachtige, persoonlijke afscheidsverhaaltjes krijg ik toch wel een brokje in mijn keel... Het besef dat er een stel topmensen bij me zijn aan de andere kant van de wereld maakt van die 10.000km een luttel afstandje, net iets te veel om met een harde gil te overbruggen, maar de gedachte aan de moderne techniek, msn en skype, een manier om de gil wat te versterken, stelt me toch enigszins gerust. Gelukkig.